Lefief Logistiek Taak: Transportmodi

Taak: Transportmodi vergelijken

LPD 10 III-Log-a | 30 punten

OPENBOEK

Deel 1: Invuloefeningen

15 punten

Vul het juiste woord of begrip in. Let op de spelling!

1

Bij wordt een volledige vrachtwagen gereserveerd voor een enkele verzender.

2

De afkorting LTL staat voor Less Than Load.

3

is de Europese term voor LTL-transport via verzamelcentra.

4

Bij groupage worden zendingen eerst (verzameld) voordat ze verder worden vervoerd.

5

De standaard zeecontainer van 20 voet wordt afgekort als .

6

Transport met twee of meer verschillende modi waarbij de container niet wordt geopend, noemen we transport.

7

De goedkoopste transportmodus voor intercontinentale handel is .

8

Voor urgente en waardevolle goederen kiest men vaak voor .

9

Het Albertkanaal verbindt de havens van en Luik.

10

Gas en olie worden vaak vervoerd via .

11

De laatste kilometers van het transport naar de eindklant noemen we de .

12

Een gekoelde container voor bederfelijke waren heet een .

13

is het EU-beleidsconcept voor optimaal gebruik van verschillende transportmodi.

14

Bij FTL is er minder omdat de lading niet wordt overgeladen.

15

De langeafstandsrit tussen twee groupagecentra noemen we de .

Deel 2: Meerkeuzevragen

10 punten

Kies het beste antwoord (1,25 punt per vraag).

1 Een bedrijf moet 25 pallets meubels vervoeren naar een klant in Duitsland. Welk type wegtransport is het meest geschikt?
2 Wat is het belangrijkste voordeel van groupage ten opzichte van FTL?
3 Waarom is luchtvracht geschikt voor verse bloemen?
4 Wat gebeurt er in een groupagecentrum?
5 Welke transportmodus heeft de hoogste CO2-uitstoot per ton vervoerde goederen?
6 Bij intermodaal transport blijft de lading in dezelfde container. Wat is hiervan het voordeel?
7 Een Belgisch bedrijf wil 500 ton graan vervoeren naar een brouwerij aan de Maas. Welke modus is het meest kostenefficient?
8 Welke factor is het MINST belangrijk bij de keuze van transportmodus?

Deel 3: Koppeling

5 punten

Koppel elke situatie (1-5) aan de meest geschikte transportmodus (A-E).

1 Reserveonderdelen die binnen 24 uur in Japan moeten zijn
2 10.000 containers speelgoed van China naar Rotterdam
3 Aardgas van Noorwegen naar Belgie
4 Auto-onderdelen van de haven naar een fabriek 300 km verderop
5 Zand en grind van een groeve naar een bouwwerf aan het kanaal
A Spoorvervoer
B Binnenvaart
C Luchtvracht
D Zeevaart
E Pijpleiding

Je resultaat

0
Deel 1 /15
0
Deel 2 /10
0
Deel 3 /5
0
Totaal /30

Taak succesvol ingediend! Je antwoorden zijn opgeslagen en doorgestuurd naar je leerkracht.